Gebruikerslogin

Wachtwoord vergeten?

Feteascǎ of “meisjesdruif”

 

 Eén van de modules bestaat uit het schrijven van een paper over een bepaald wijnonderwerp. Heel enthousiast ben ik toen in mijn pen gekropen om een paper te schrijven over “The future for Romanian wine in export markets”. Los van de Dracula verhalen en zijn geschiedenis van communisme en de dictator Ceausescu, is Roemenië een toch eerder onbekend land voor vele wijnliefhebbers wereldwijd. Het is misschien minder aantrekkelijk dan de gekende wijnen van Frankrijk, Italië en Spanje, maar hoe meer ik me in het land verdiepte, hoe groter de fascinatie of uitdaging om deze wijnen te introduceren in de exportmarkt. We vinden Roemenië in de top 10 qua aanplant en op de 13de plaats wereldwijd qua productie. Meer dan de helft van die wijnproductie is in handen van een aantal grote wijndomeinen, zoals het gekende Cramele Reças, tevens Roemenië zijn meest succesvolle exportdomein. De meeste andere wijnen vinden amper hun weg naar de exportmarkt. Als je het land wat beter leert kennen, ben je best onder de indruk van de prachtige ongekende natuur van de Karpaten en Transylvanische Alpen en de rol van de Donau en Zwarte Zee in het wijnlandschap. Er is zeker heel wat potentieel! Ik weet de wijnen van Oost-Europa erg te appreciëren, zoals bijvoorbeeld de Purcari wijnen uit Moldavië. Ook onbekend Servië heeft me op wijnvlak al erg verrast en zelfs Roemenië heeft me mooie dingen laten proeven. Dankzij de zakenreizen van mijn echtgenoot krijg ik vaak de kans om deze wijnen te ontdekken en zo kwam ik ook in contact met het wijnhuis Alira in Dobrogea, wat voor mij een grote inspiratie was om mijn paper te schrijven. Ik hoop in de toekomst deze fascinatie voor Oost-Europa zeker nog eens met jullie te kunnen delen tijdens een VVS-degustatie. Met dit schrijven wil ik jullie toch al een beetje warm maken voor Roemenië en jullie het verhaal vertellen over de feteascǎ druiven. 

In mijn paper was het verhaal over Roemenië net iets ruimer en ging het uiteraard niet alleen over de druiven. 

A.d.h.v. een SWOT-analyse heb ik sterktes en zwaktes, kansen en bedreigingen in kaart gebracht voor wat betreft wijnland Roemenië. Vanuit deze SWOT-analyse moest ik een advies formuleren voor een Roemeense wijnbouwer die zijn wijnen wenst te verkopen op de exportmarkt. Een niet zo eenvoudige opgave, want ik had vooral een lange lijst zwaktes en bedreigingen in kaart gebracht. Denk maar aan de gevolgen van het communisme, voelbaar tot op de dag van vandaag. Ook het grote gebrek aan steun vanuit de regering om Roemenië op de kaart te zetten, gebrekkige promotie in vaak alleen het Roemeens, weinig goede wijnopleidingen, een gebrek aan goeie krachten in een land met één van de laagste minimumlonen in Europa, het negatieve imago van de vele aangeplante hybriden, … zijn vaak nadelig voor de reputatie van de wijnen. Daarbij komt ook nog sterke competitie vanuit wijnlanden met een vaak beter imago, een langere wijngeschiedenis, een grotere aandacht voor kwaliteit (i.p.v. kwantiteit)  en betere prijs-kwaliteit. Waarom een cabernet sauvignon of merlot kopen uit Roemenië als je voor diezelfde prijs een goeie uit Frankrijk kan kopen? En zo kom ik dan uiteindelijk bij het feteascǎ verhaal. Als Roemenië zich wil onderscheiden op de exportmarkt, profileren ze zich best met iets uniek, een lokale druivenvariëteit, zoals de feteascǎ neagrǎ. De kans is klein om in Roemenië de beste cabernet sauvignon of merlot te produceren, maar ze kunnen er zeker in slagen om de beste feteascǎ neagrǎ uit de wereld te maken! 

Feteascǎ betekent letterlijk: “meisje”. We onderscheiden 3 variëteiten: Feteascǎ regalǎ, albǎ en mijn persoonlijke favoriet: de feteascǎ neagrǎ. Leuk om te weten is dat er ook een “grootmoederdruif” bestaat. Dan lezen we bǎbeascǎ neagrǎ.

De regalǎ heeft de grootste aanplant, gevolgd door de albǎ. Beide witte druiven zijn massaal aangeplant, omdat ze samen met nog wat andere lokale druiven zoals de grasǎ heel wat potentieel hebben om iets “zoetere, meer vettige” wijnen te maken, iets waar de Roemenen erg van houden. Wanneer we de globale trends bekijken zien we echter duidelijk een trend naar drogere stijlen van wijnen. Dit maakt het dus eveneens niet eenvoudig om door te dringen tot de exportmarkt. 

De feteascǎ regalǎ (“koninklijk meisje”) is vrij vorstbestendig, maar gevoelig voor botrytis en schimmels en kan zeer moeilijk overweg met droogte. De nogal moeilijke synoniemen zal ik jullie besparen. Het is de meest aangeplante variëteit voor Roemenië en geeft doorgaans vooral frisse, aromatische wijnen met wat florale en exotische toetsen. Typisch zijn de hogere fenolen, iets wat een zekere pittigheid aan de wijn toevoegt zoals agrum en witte peper. De wijnen lenen zich hierdoor ook beter tot vatlagering dan bijvoorbeeld de albǎ. Er worden zowel stille als mousserende wijnen van gemaakt, alsook distillaten. De druif wordt ook aangeplant in Moldavië waar hij vaak in een blend terechtkomt met de albǎ en gelabeld wordt als “feteascǎ”. 

De feteascǎ albǎ (“wit meisje”) vindt zijn oorsprong in Moldavië. Net als de regalǎ is deze gevoelig voor botrytis en schimmels, maar goed bestand tegen de vorst. In Moldavië worden hier vooral wijnen van gemaakt met een medium aciditeit, vaak met florale en citrus aroma’s. Deze wordt ook vaak gebruikt voor mousserende wijnen. In Roemenië vind je de druif verspreid over het hele land, maar de grootste concentratie feteascǎ albǎ vinden we in Transylvanië en Roemeens Moldavië in het oosten van het land. Ook hier treffen we stille en mousserende wijnen aan met lichte citrusaroma’s, steenfruit als perzik en abrikoos. De druif wordt zowel droog als in een iets zoetere stijl gevinifieerd, soms ook in een blend met de grasǎ druif. De wijnen uit het zuiden ontbreken soms wat aciditeit. 

En tot slot hebben we dan de donkergekleurde feteascǎ neagrǎ (“zwart meisje”), zonder twijfel de belangrijkste lokale druivenvariëteit voor Roemenië en het grootste potentieel om zich te profileren als “flagship”druif. Er zijn heel wat mooie pareltjes te vinden in Roemenië, zoals die van het wijnhuis Alira. Groot aandachtspunt is wel het onder controle houden van de weelderige groei en hoge zuren. Een goeie canopy management is aangewezen, opbrengsten mogen niet te hoog zijn om de kwaliteit van de wijnen te bewaren. De druif doet het goed met vorst en droogte en is goed bestand tegen valse meeldauw, maar gevoelig aan echte meeldauw en grijsrot. Genetisch gezien is er geen link met de witte naamgenoten, regalǎ en albǎ.  Veel stijlen zijn terug te vinden, variërend van geen vatlagering en eerder lichte, fruitige wijnen tot stevige, tanninerijke krachtpatsers met vatlagering. Aroma’s van kruidigheid, rood en zwart fruit zoals rijpe pruimen typeren de wijnen. Vaak wordt de druif ook toegevoegd aan blends met internationale druiven zoals cabernet sauvignon en merlot om een meer lokale toets aan de wijnen te geven. Wijnhuis Davino is hier een mooi voorbeeld van.  

Een paar ideetjes (verspreid over het land) voor wie nieuwsgierig is en graag wilt proeven van wijnland Roemenië: Cramele Reças (Banat), Crama Oprişor (Oltenia/Muntenia), Liliac (Transylvanië), Casa Isǎrescu, Davino (Oltenia/Muntenia: Dealu Mare “big hill”, gekend voor zijn rode kwaliteitswijnen), Avincis (Drǎgǎşani), Alira en Crama Basilescu (Donauterrassen en Dobrogea) en voor wie houdt van zoet moet zeker de Grasǎ de Cotnari proberen uit de heuvels van Moldavië. 

En voor wie graag nog veel meer wil lezen over deze boeiende wijnregio kan ik het boek aanraden: “The wines of Bulgaria, Romania and Moldova” van Masters of Wine Caroline Gilby. 

 

Stefanie Diopere

 

 

 

 

 

 

 

 

 
Terug naar het overzicht